Aetas RTS

← Terug naar de wiki

Wat wat verslaat

Vier klassen, één cirkel, en wat formaties en standen ermee doen.

Alle units in Aetas horen bij een klasse: infanterie, schutters, ruiterij of belegering. Elke klasse heeft een bonus tegen een andere klasse, en die bonus is geen tien procent maar een factor twee tot tweeënhalf. Met het juiste antwoord win je een gevecht waar je met het verkeerde antwoord niet eens in de buurt komt.

De cirkel#

  • Infanterie (speerman, zwaardvechter, piekenier …) houdt ruiterij tegen.
  • Schutters (boogschutter, kruisboogschutter, musketier …) maaien infanterie neer.
  • Ruiterij (verkenner, strijdwagen, ridder …) rijdt schutters omver — en belegering.
  • Belegering (stormram, katapult, kanon …) sloopt gebouwen, en is zelf hulpeloos: een stormram of kanon zonder dekking is een makkelijke prooi voor een paar ruiters.

De exacte bonussen per unit staan in de tabel bij de units, bovenaan als matrix.

Man tegen man of op afstand#

Een unit met een bereik onder één tegel vecht man tegen man. Schutters schieten van vier tegels (boogschutter) tot bijna zeven (geweerschutter), en doen dat het liefst achter een rij infanterie. Zet je ze vooraan, dan sterven ze voor ze hun tweede pijl schieten. Ballistiek bij de schietbaan (middeleeuwen) geeft ze allemaal een tegel extra.

De formaties doen dat vanzelf: kies blok en je infanterie gaat vooraan staan, je schutters erachter. Los zet ze ruim uit elkaar, tegen belegeringswapens die meerdere units tegelijk raken. Hoe breed de rijen worden bepaal je zelf door met de rechtermuisknop te slepen in plaats van te klikken. De opstelling begint als een vierkant blok en wordt breder naarmate je verder sleept.

Stuur je een gemengd leger samen weg, dan loopt het in het tempo van de traagste: je ruiters wachten op het voetvolk en het kanon, zodat ze niet in hun eentje aankomen en de opstelling onderweg heel blijft. Zodra de groep er is of het gevecht begint, loopt iedereen weer op eigen snelheid. Wil je de ruiters juist vooruit sturen, selecteer dan alleen hen. Soldaten die ver van de rest staan en arbeiders remmen niemand af.

Geschut reikt verder dan elke toren: de katapult 8 tegels, de trebuchet 9,5, het kanon 10, de houwitser 10,5 en het veldkanon 11, en ze zien zo ver als ze schieten. Richtmiddelen bij de werkplaats (renaissance) doet er nog een tegel bij. De stormram is de uitzondering: die moet tot tegen de muur.

Soldaten die man tegen man vechten verdelen zich vanzelf: hooguit vier gaan op dezelfde vijand af, de rest kiest een andere vlak ernaast. Geef je ze een aanvalsbevel op één doel, dan gaan ze daar nog steeds allemaal op af.

Een schot is een echt ding op de kaart, geen rekensom: een pijl doet tien tegels per seconde, een steen uit een katapult vijf en met een zichtbare boog. Een pijl volgt zijn doel en mist dus nooit — maar het kost tijd, en die tijd zie je: tegen een ver doel komt de schade later aan dan je klik. Schoten van belegeringswapens werken anders: die vliegen naar de plek waar een unit stond toen er geschoten werd, dus wie blijft lopen ontwijkt ze. Units die stilstaan of vechten worden wel geraakt, en gebouwen altijd. Dat is een instelling in de lobby, die standaard aan staat.

Standen#

Elke unit heeft een stand die bepaalt wat hij uit zichzelf doet:

  • Agressief — valt alles aan dat in zicht komt en zet de achtervolging in.
  • Defensief — valt aan wat in zicht komt, achtervolgt tot zeven tegels en keert dan terug naar zijn post. De standaard voor soldaten.
  • Passief — doet niets uit zichzelf, ook niet als hij geraakt wordt. De standaard voor arbeiders.

Belegeringswapens en schutters zet je op defensief of passief, anders lopen ze achter een verkenner aan tot in het vijandelijke kamp. De drie standen staan als knoppen in het zijpaneel, standaard op F, G en H.

Aanval-move#

Met Q (of de knop) en dan een klik op de kaart sturen je units zich al vechtend naar dat punt: ze lopen erheen en vallen aan wat ze onderweg tegenkomen. Dat is bijna altijd beter dan een gewone verplaatsing, want een gewone verplaatsing loopt dwars door een gevecht heen zonder te slaan.

Gebouwen#

Muren en poorten houden alles tegen wat geen belegeringswapen is. Een muur trek je door te slepen, in een rechte lijn gesnapt op acht richtingen of met Ctrl als ring; een poort blijft altijd recht (zie besturing). Muren, poorten en torens kun je op heuvels bouwen, en over de donkere rots van de bergen op Hoogland, Gemengd, Vlakte en Woestijn kan helemaal niemand, dus met een kort stuk muur van rots tot rots sluit je een pas af. Een poort heeft drie standen: open voor je bondgenoten, alleen voor jezelf, of op slot. Zolang hij open staat loopt iedereen erdoor, ook de vijand die ernaast stond te wachten. Wachttorens schieten uit zichzelf terug, tot zes tegels ver (de torenupgrades doen er bereik bij). Je stadscentrum schiet ook, maar alleen als er units in zitten — vijftien passen erin, en hoe meer er binnen staan hoe harder het schiet. Dat is de goedkoopste verdediging die je hebt tegen een vroege aanval: je arbeiders naar binnen, en het gebouw doet de rest.

Duurder worden doen de torens niet; dat geldt voor de gebouwen die soldaten maken (kazerne, schietbaan, stal, werkplaats), 25% van de basisprijs per stuk dat je al hebt.

Het fort is je sterkste verdediging, vanaf de ijzertijd (de Franken: bronstijd; de Noormannen krijgen er nooit een). Het schiet elke twee seconden een salvo pijlen op meerdere vijanden tegelijk, tot acht tegels ver, en daarnaast een zware schicht op de taaiste vijand in de buurt. Zet je units erin, dan komen er pijlen bij. Zonder belegering krijg je een fort bijna niet kapot, en ook belegering heeft er meer moeite mee dan met andere gebouwen. Het is wel een bijzonder gebouw: elk fort dat je al hebt maakt het volgende 75% duurder, en tussen twee van je forten moeten minstens twintig tegels zitten. In het fort onderzoek je Kantelen (middeleeuwen: meer pijlen, een tegel verder) en later Bastions (imperiale tijd: de zware schicht wordt een kanon dat ook de vijanden naast zijn doel raakt), en de torenupgrades maken ook de pijlen van het fort harder. Ook een fort wordt door geschut overtroffen in bereik — precies daarom heb je ruiters nodig om dat geschut weg te houden.

Tegen gebouwen heb je belegering nodig. Een ram tegen een muur is traag; een ram tegen een muur met twintig speermannen ernaast is een plan.

Ziekenhuis#

Gewonde units genezen bij het ziekenhuis (vanaf de ijzertijd), in plaats van dat je ze weggooit en nieuwe maakt: vier levenspunten per seconde, voor elke unit binnen acht tegels. Kruidengeneeskunde maakt dat 50% sneller en twee tegels verder, Chirurgie (renaissance) twee keer zo snel als zonder geneeskunde. Na een gevecht dat je net wint is dat het verschil tussen doorstoten en opnieuw beginnen.